Goed, dom vind ik persoonlijk niet de juiste benaming, ik zou het liever wetenschappelijke blindheid willen noemen omdat er als het ware een soort van blinde vlek bestaat in de natuurkunde waarbij het ooglapje hiervan de naam Albert Einstein draagt.
Laat ik nog eens een stukje uit de tweelingparadox aanspreken om deze blinde vlek aan te tonen. Onthou goed, voorstellingsvermogen is belangrijker dan parate kennis over de natuurkunde. We hebben hierbij gewoon het eenvoudige gegeven dat er een aardbewoner is en een ruimtereiziger. De reiziger gaat een flinke reis maken met een zeer hoge* snelheid.
*ik betwist deze hoge snelheid en stel dat hij eigenlijk zeer traag gaat.
De reiziger vertrekt op een goede dag met zeer hoge snelheid vanaf de aarde. Hij gaat nagenoeg met de lichtsnelheid terwijl de aardbewoner rustig op zijn terugkeer wacht.
Bij terugkomst constateren ze het volgende, de aardbewoner heeft een jaar op de reiziger gewacht, maar de reiziger is volgens zijn eigen klok slechts een uurtje weg geweest.
Nu introduceren we een 3e waarnemer, die zit niet op aarde of in het ruimteschip, nee… deze zit vanaf grote hoogte naar de aardbewoner en de reiziger te kijken waarbij de afstand tussen de aardbewoner en de reiziger altijd gelijk blijft. U kunt zich dit op deze wijze voorstellen:
De afstand tussen Ac en Bc blijft ten alle tijden gelijk. En vanuit C gezien ziet men zowel de klok van A en B.
Volgens de huidige inzichten kijkt C op de klok van A en ziet daar een klokje een jaar wegtikken. Als hij op de klok van B kijkt ziet hij dat deze klok veel trager loopt. Tenslotte is er bij B slechts een minuut verstreken zodra hij terugkomt bij A.
C is een erg neutraal persoon, Hij kan niet bepalen ofdat B vertrok vanaf A of dat A vertrok vanaf B. Wat hij wel ziet is dat de klok van A veel sneller gaat dan die van B.
Hoe moeilijk is het nu om te bepalen wie er daadwerkelijk sneller ging?
