Bij 71% van de lichtsnelheid zou je in 8 minuten naar de Zon reizen, en wat als je dat met 72%c zou doen?

Het wiskundige bewijs van deze stelling ga ik niet geven maar wie mij niet gelooft mag dat zelf narekenen. Bij 71%c zou een reiziger in 8 minuten tijd ( op zijn eigen klok) vanaf de aarde naar de Zon kunnen reizen. De aardbewoners zouden dan meten dat hij 11.3 minuut onderweg geweest is. Zou de reiziger ook nog eens met diezelfde snelheid terug keren naar de aarde dan komt hij zelf na 16 minuten terug op aarde en zal men op aarde zeggen dat hij 22.6 minuut onderweg is geweest.

Dat wij op dit moment ook met 71%c of zelfs sneller gaan lijkt misschien vreemd maar aangezien we deeltjes kunnen versnellen tot nagenoeg de lichtsnelheid en dat er deeltjes bestaan die continu met snelheden door het universum razen die de lichtsnelheid naderen kun je zeggen dat wij relatief gezien ook snelheden hebben die de lichtsnelheid naderen. Een ruimteschip versnellen tot 71%c of meer is technisch nog niet mogelijk maar zal zeker in de toekomst  haalbaar zijn. Dit leidt nu al tot vreemde consequenties die in ieder geval aantonen dat er iets goed mis is met het verhaal van Einstein.

Zoals Einstein zelf al zei, uw voorstellingsvermogen is belangrijker dan uw kennis. Ik zou dan ook voornamelijk een beroep willen doen op uw voorstellingsvermogen en niet zozeer op uw kennis. Daarbij wil ik het volgende punt aan u voorleggen. We hoeven ons slechts een planeet voor te stellen op 5 lichtjaar afstand. Indien daar bewoners zouden zijn die ons nu  konden zien dan zagen zij ons nu in het jaar 2006 en ook wij zouden hen zien zoals ze er 5 jaar geleden bij liepen.  Tot zover niets vreemds aan de hand, des te verder we kijken des te verder we terug in het verleden kijken.

Indien we nu een reiziger naar deze planeet zouden sturen met 71% van de lichtsnelheid dan komt hij daar “op zijn eigen klok” aan over 5 jaar. Zou hij nog iets sneller gaan dan zou hij zelfs minder dan 5 jaar nodig hebben om die reis af te leggen. Wij als achterblijvers moeten iets meer geduld hebben, wij zouden hem pas over zo’n 7 jaar zien aankomen.

Als de reiziger echter bij aankomst de afstand zou meten tussen de aarde en de planeet waar hij dan is dan komt hij tot de conclusie dat hij 5 jaar onderweg is geweest en een afstand moet hebben afgelegd van 5 lichtjaar. De aarde bevind zich dan immers op 5 lichtjaar afstand t.o.v. hem. Indien hij nu naar de aarde kijkt dan ziet hij de aarde zoals deze er 5 jaar geleden bij lag,

Nu het volgende, volgens zijn eigen klok heeft hij er 5 jaar over gedaan om een afstand af te leggen van 5 lichtjaar. Maar goed, misschien was de afstand door toedoen van lengtecontractie een beetje veranderd. Maar een ander feit kun je niet opzij zetten, hij ziet de aarde tenslotte met 5 jaar vertraging op 5 lichtjaar afstand.  Moet hij nu dan nog 2 jaar wachten voordat hij van de aardbewoners de bevestiging krijgt dat hij is aangekomen? En zo ja, zien de aardbewoners dan 5 jaar later dat hij al 2 jaar op die planeet is?  Volgens mij zit er iets goed mis met die theorie van Einstein, tenslotte ga je bij 71%c al net zo snel als het licht..

 

Advertenties

16 Reacties op “Bij 71% van de lichtsnelheid zou je in 8 minuten naar de Zon reizen, en wat als je dat met 72%c zou doen?

  1. JVS

    U haalt een paar zaken door elkaar: doordat we met relativiteit te maken hebben kunt u niet zomaar afstanden en tijden met elkaar vergelijken. Als een reiziger 5 jaar doet (op zijn eigen klok) over de reis van aarde naar planeet X, met een snelheid van 0.71c ten opzichte van de aarde, dan zal de reiziger meten dat de afstand tussen de aarde en planeet X niet 5 lichtjaar bedraagt, zoals u stelt, maar slechts 3.52 lichtjaar. Althans, mits hij niet afremt en dus het grote snelheidsverschil met de aarde behoudt. De lengtecontractie blijft dan geldig.

    Indien de reiziger bij aankomst op planeet X echter afremt en daar stopt, en dan terugkijkt, dan meet hij inderdaad een afstand van 5 lichtjaar. Echter met dat afremmen en stoppen is een enorme acceleratie gemoeid, en daar komt de algemene relativiteit om de hoek kijken. Door die enorme versnelling aan het eind zal zijn klok zeer snel vooruit lopen, zodat de totale reistijd alsnog ruim meer zal bedragen dan 5 jaar.

    Kortom, interessant scenario, maar met de theorie van Einstein is vooralsnog niets mis 🙂

  2. Dank voor uw reactie. En hoewel dit scenario nog niet helemaal compleet is geef ik het nog eventjes niet op..;) Ik ben immers op zoek naar een experiment waarmee ik aantonen dat de theorie van Einstein niet helemaal juist is. Wat er dan precies onjuist is aan de theorie van Einstein daar gaat dit hele blog zo’n beetje over. En ik zou dan ook graag mijn idee aan een breder publiek willen laten lezen. Ik vermoed dat de lichtsnelheid die wij meten niet echt een snelheid is. Ik denk dat de lichtsnelheid zoiets is als een weg die onder je auto door lijkt te gaan terwijl je zelf denkt stil te zitten. En iedere seconde blijft die weg ongeveer 300.000km achter ons. Dit vraagt wel om op een iets andere manier te kijken naar de wereld om ons heen. Persoonlijk zie ik tijd als een soort van 4e ruimtelijke dimensie. Maar nu even het volgende;

    Ik ben het er mee eens dat de afgelegde weg die de reiziger zal meten korter zal zijn dan 5 lichtjaar. De afstand van 5 lichtjaar wordt immers iets korter door de lengtecontractie die zal ontstaan of zal worden gemeten. De vraag die je hierbij zou moeten stellen, is de weg echt korter of maakt hij een meetfout?

    Wat ik me zou voorstellen is dat er een weg zou lopen vanaf de aarde naar die planeet. Die weg zou dan 5 lichtjaar lang moeten zijn. Technisch is dit helaas niet mogelijk, maar stel dat hij met 71%c over die weg zou rijden naar die planeet. Zou hij dan ook minder km over die weg rijden omdat hij zo hard zou gaan?

    Dat vind ik toch een beetje vreemd. Want of je nu langzaam of snel over een weg rijdt, je banden hoeven niet opeens minder omwentelingen te maken omdat je heel snel zou gaan.
    Helaas is het technisch niet mogelijk om een weg van 5 lichtjaar lang te maken maar je zou dit principe toch op een bepaalde manier moeten kunnen testen. Ik vermoed namelijk dat de klok van de reiziger echt iets trager loopt maar dat de afstand tussen de aarde en die planeet gelijk blijft.

  3. JVS

    De vraag “is de weg echt korter of maakt hij een meetfout?” is precies het ongeloof van natuurkundigen waar Einstein een eeuw geleden zelf ook op stuitte. Het antwoord luidt: ja, de weg is echt korter. Voor de reiziger. Hij maakt geen meetfout.

    Waar u denk ik tegenaan loopt is het idee (wat op zich begrijpelijk is omdat het intuïtief voor de hand ligt) dat er één juiste, “echte” lengte is. Kortom dat er één waarnemer het bij het juiste eind heeft, en de rest een vertekend beeld heeft. Toch blijkt het relativiteitsprincipe na zeer veel experimenten -door mensen die uw ongeloof deelden en er heilig van overtuigd waren het ongelijk van Einstein te zullen aantonen- wel degelijk te kloppen. Er is niet één absolute, objectieve, unaniem juiste, “werkelijke” afstand en tijd. Meerdere referentiekaders die verschillende afstanden en tijden concluderen, zijn écht gelijkwaardig.

    Wat betreft uw fictieve weg van de aarde naar planeet X: ja, ook dan zou hij minder km hoeven afleggen. Dat hij minder omwentelingen hoeft te maken is niet een kwestie van “opeens”, maar een geleidelijk effect dat pas bij zeer hoge (relativistische) snelheden een meetbare rol gaat spelen. De weg is korter voor hem, dan voor de aarde of planeet X. Als de weg door aardbewoners is aangelegd met vierkante bakstenen, zijn ze voor de reiziger rechthoekig (korter in de rij-richting dan in dwarsrichting). En dat is geen vertekend beeld of een kwestie van meetfouten, zijn bevindingen zijn echt 100% gelijkwaardig en even valide als die van de aarde. Als de reiziger zo’n zelfde vierkante baksteen aan boord heeft zeggen de aardbewoners daar juist van dat die rechthoekig is. Waarom zou dat beeld minder vertekend zijn.

    Als u zegt dat u vermoedt dat de klok van de reiziger “echt” iets trager loopt, dus dat de waarneming van een aardbewoner “echter” is dan die van de reiziger, vraagt u zich dan eens af: wat is fysiek gezien precies het verschil tussen een reiziger die van A naar X reist, of twee planeten A en X die de andere kant op reizen? Of van allebei een beetje? Denkt u werkelijk dat daar enig fysiek verschil tussen bestaat? Probeert u dan een proef of meting te verzinnen waarmee kan worden vastgesteld wie er beweegt, en wie er stilstaat. Dit zal simpelweg onmogelijk blijken 🙂

  4. Ik weet wel een proef waarmee je zou kunnen aantonen wie meer of minder kilometers maakt. Hierbij zou je de lengtecontractie, die enkel plaatsvindt in de bewegingsrichting, kunnen wegstrepen.

    De reis van de reiziger is een axiale beweging vanaf de aarde naar de planeet op 5 lichtjaar afstand. Lengtecontractie vindt dan ook plaats over de axiale richting.

    Indien de aardbewoner en de reiziger nu gedurende hun reis een deeltje in de radiale richting met een constante snelheid rond zouden laten draaien dan heeft dat deeltje na verloop van tijd een bepaalde weg afgelegd. In beide systemen gaat dat deeltje bijvoorbeeld met 1m/s in de rondte in de radiale richting van de reis. Met lengtecontractie hebben beide systemen dan niets van doen. Tot zover een valide opstelling?

  5. JVS

    Wat bedoelt u met 1m/s in de rondte gaan “in de radiale richting van de reis”? Zowel de aardbewoner en de reiziger vinden allebei dat ze zelf stilstaan. U bedoelt dat ze een deeltje rondjes laten draaien (met 1m/s, ieder volgens hun eigen referentie) om de denkbeeldige as van de Aarde naar planeet X? (voor de volledigheid: voor de aardbewoner beweegt de reiziger zich langs deze as richting X, voor de reiziger bewegen de aarde en planeet X zich langs deze as de andere kant op).

    Dit lijkt me een valide opstelling, al zie ik niet hoe dit zou aantonen dat één van beide waarnemers objectief gezien meer kilometers zou afleggen. Vergeet niet dat behalve lengtecontractie (die inderdaad alleen in axiale richting werkt) ook tijdsdilatatie optreedt. Beiden zullen vinden dat het deeltje van de ander met een lagere frequentie ronddraait dan hun eigen deeltje. Als u zelf narekent hoeveel rondjes beide deeltjes gedurende de reis draaien, volgens beide waarnemers, spreekt het antwoord voor zich… “de ander” maakt altijd meer kilometers 🙂

  6. Ik bedoel in principe dat je 2 deeltjes tijdens de reis haaks op de bewegingsrichting van het ruimteschip en de aarde laat draaien We laten 1 deeltje op aarde met 1m/s draaien, en we laten 1 deeltje in het ruimteschip met 1m/s draaien. De afgelegde weg van dit deeltje staat dan los van de beweging van de aarde en het ruimteschip langs de x-as. Want zoals u ook zegt, de beweging langs de x-as is relatief t.o.v. elkaar.

    quote: (voor de volledigheid: voor de aardbewoner beweegt de reiziger zich langs deze as richting X, voor de reiziger bewegen de aarde en planeet X zich langs deze as de andere kant op)

    Indien de reiziger nu vertrekt naar die andere planeet zal hij voor het deeltje aan boord van zijn ruimteschip een afgelegde weg meten van 1m/s, na een minuut is dit 60 meter, na een uur is dit 3600 meter etc…

    Op aarde doen we exact hetzelfde, maar wij gebruiken onze eigen klok en laten een deeltje hier met 1/s rondjes draaien. Voor ons legt het deeltje ook na 1 minuut 60 meter af, na een uur 3600 meter etc..

    Ik hoop dat dit principe duidelijk is. Want middels deze meetmethode is het zeer eenvoudig om te zeggen dat de radiaal afgelegde weg van het deeltje dat de minste tijd heeft ondergaan ook korter is.

    Indien de aardbewoner en de reiziger op een gegeven moment een tijdsverschil meten, dan heeft het deeltje welke de minste tijd heeft ondergaan ook de minste km afgelegd. Van lengtecontractie is dan echter nooit sprake geweest.

    Verder zag ik deze quote van u,

    “Indien de reiziger bij aankomst op planeet X echter afremt en daar stopt, en dan terugkijkt, dan meet hij inderdaad een afstand van 5 lichtjaar. Echter met dat afremmen en stoppen is een enorme acceleratie gemoeid, en daar komt de algemene relativiteit om de hoek kijken. Door die enorme versnelling aan het eind zal zijn klok zeer snel vooruit lopen, zodat de totale reistijd alsnog ruim meer zal bedragen dan 5 jaar”

    Ik vermoed dat het afremmen letterlijk een acceleratie is waarbij de reiziger eigenlijk versnelt. Indien een reiziger zou versnellen t.o.v. de aarde dan remt hij eigenlijk af in de ruimtetijd. Dit is eigenlijk precies contra met het huidige beeld wat we nu hebben. Men ziet de lichtsnelheid als een soort van bovengrens van snelheid, ik vermoed dat het juist de ondergrens is. Ik zie de lichtsnelheid nou juist als het absolute nulpunt van tijd en beweging. Het zou dan ook een oneindige hoeveelheid kosten om een massa af te remmen tot absolute stilstand in het universum. De massa zou alle zwaartekracht die in het universum aanwezig is, en hem in feite ook een bepaalde kant op trekt, moeten overwinnen waarbij deze massa in feite het hele universum naar zich toe zou trekken.

  7. JVS

    U zegt “is het zeer eenvoudig om te zeggen dat de radiaal afgelegde weg van het deeltje dat de minste tijd heeft ondergaan ook korter is.”

    De minste tijd heeft ondergaan of de kortste weg heeft afgelegd, volgens wie? Daar zijn ze het namelijk niet over eens.

    Overigens begrijp ik de toegevoegde waarde van het deeltje niet helemaal, dat lijkt me in essentie een hele omslachtige klok? U wilt gewoon de tijd meten die zij beiden onderweg zijn? Door daar met een constante snelheid een bepaalde afstand aan te koppelen ontstaat geen nieuwe informatie.

  8. JVS

    Toevoeging;

    De laatste alinea lijkt me eerlijk gezegd gegoochel met woorden. “Versnelling” betekent in de conventionele zin een verandering van snelheid, of dat daadwerkelijk sneller of langzamer impliceert hangt -alweer- af van het gekozen referentiepunt. Licht snelt altijd voor ons uit, ongeacht hoe snel of hoe langzaam we zelf gaan, of hoe veel we versnellen of vertragen, dus hoe dat een ondergrens zou moeten zijn ontgaat mij.

    Bovendien heeft u het wederom over “absolute stilstand”, maar dat concept bestaat niet.

    U uit een aantal verregaande vermoedens, die lijnrecht lijken in te gaan tegen wat vooralsnog al 100 jaar uitvoerig is bewezen. Dat is ofwel moedig, ofwel dom, maar in beide gevallen vrees ik dat u dan op z’n minst met een concrete proef of experiment moet komen om deze visie te staven (of in ieder geval de relativiteitstheorie te ontkrachten).

    Het scenario van de ruimtereiziger doet dit vooralsnog niet. U lijkt te volharden in het idee dat er één van beide waarnemers objectief gezien meer afstand of minder tijd aflegt dan de ander. Dit is echter niet het geval, de zaak is puur relatief en een en ander hangt echt af van wiens perspectief als referentie wordt gekozen.

  9. Het deeltje is in zekere zin een klok, dat klopt. Maar het deeltje legt ook daadwerkelijk net zoveel kilometers af als dat de klok aan tijd meet. In feite draait het deeltje in een spiraalvorm om de axiale bewegingsrichting van het ruimteschip aan.

    Door te accelereren of vertragen zou de spiraal als het ware in of uitveren, maar de afgelegde weg per omwenteling blijft gelijk. Ik weet niet hoe ik hier een afbeelding kan laten zien, maar ik hoop dat u begrijpt wat ik hiermee bedoel.

    Het belangrijkste is dat we de gemeten tijd gaan koppelen aan een afgelegde weg.
    Relatief gezien gaan zowel de aardbewoner als de reiziger met exact dezelfde snelheid t.o.v. hun eigen klok. Als hun klok 1s heeft afgetikt, dan hebben ze t.o.v. dat deeltje relatief gezien ook 1 meter afgelegd.

    Dit staat dus geheel buiten de afstand die voor hen beide toeneemt t.o.v. de aarde en de reiziger.

  10. JVS

    Maar daaruit volgt op generlei wijze dat één van beide (aardbewoner of reiziger) in absolute zin meer of minder afstand zou hebben afgelegd. Dus “wie meer kilometers maakt” is nog steeds volstrekt relatief.

    Mocht u evenwel toch nog twijfelen aan de relativiteitstheorie (en de daaruit voortkomende notie dat universele of absolute tijd, snelheid of stilstand niet bestaan) vergelijkt u uw scenario dan eens met het volgende alternatief.

    In het eerste scenario reist een reiziger zich met een snelheid van 0.71c (ten opzichte van de aarde) van de aarde naar planeet X. Dit is de situatie zoals u uiteen heeft gezet.

    In het tweede scenario hangt een reiziger stil in de ruimte, en de aarde passeert hem met een snelheid van 0.71c, met in zijn kielzog planeet X die op afstand met dezelfde snelheid nadert.

    In beide gevallen is de afstand tussen de aarde en planeet X, 5 lichtjaar volgens de aardbewoner.

    Als u nog steeds van mening bent dat één van de waarnemers absoluut stil kan staan, of dat één van beide meer of minder kilometers maakt, hoe zou dat tot uiting komen in de resultaten van bovenstaande twee scenario’s? Welke verschillen denkt u te vinden? (voor de goede orde: de relativiteitstheorie stelt dat er geen verschil is, en deze twee situaties zijn dan ook identiek)

  11. De snelheid van de reiziger t.o.v. de aarde is inderdaad gelijk aan de snelheid van de aarde t.o.v. de reiziger. Maar met wat voor snelheid de reiziger ook zal gaan, en al is dat 71%c, hij zal zelf meten dat hij t.o.v. fotonen geen enkele meter per seconde sneller zal gaan. Hij meet nog steeds voor de lichtsnelheid exact dezelfde waarde. En zo zullen wij als aardbewoners nooit weten of we heel snel of heel traag door het universum gaan. We kunnen enkel meten of we sneller of trager gaan t.o.v. een andere massa.

    Zouden we onze snelheid echter meten t.o.v. een foton dan zouden we t.o.v. die ene foton met 300.000km/s door het universum gaan. Maar omdat dit in eerste instantie een onmogelijkheid lijkt, ik denk daar immers anders over en wil dat andere idee graag bewijzen, stel ik enkel voor dat we t.o.v. onze eigen klok ook altijd dezelfde snelheid hebben. In feite drukken we tijd dan uit als een soort van afgelegde weg.t.o.v. onze eigen klok. Het deeltje in het ruimteschip gaat met 1m/s en het deeltje op aarde doet dat ook. Ze gaan beiden dan even snel wat in eerste instantie totaal onbelangrijk zal lijken. Maar er komt meer..;)

    Dit gegeven wil ik dan gaan gebruiken om het ontstaan van tijdsverschillen op een andere manier te verklaren. Want dat er tijdsverschillen ontstaan tussen verschillende klokken is bewezen.

    Ook de tweelingparadox, waarbij de reiziger daadwerkelijk jonger terug zal komen dan zijn tweelingbroer is dan eenvoudig te verklaren en in principe hebben we hier al mee te maken als we kijken naar stationaire satellieten. De klokken in GPS satellieten lopen daadwerkelijk iets sneller dan onze eigen klok. Voor de reiziger die naar zo’n satelliet zou gaan ben ik dan ook echt de jongere “achterbljver”. Maar goed, hij kan ook zeggen dat ik weg ging en dat ik bij terugkomst ouder ben geworden..;)

    Ik zal hierbij dus ook met een andere verklaring voor de zwaartekracht moeten komen. En die verklaring heb ik wel, maar hij past totaal niet bij het idee wat wij daar nu over hebben.

    Laten we het maar “moed” noemen dat ik met een totaal ander idee wil komen. 😉

  12. JVS

    Zelfs als we zouden kunnen stellen dat iedereen een absolute snelheid van 300.000 km/s heeft ten opzichte van dat ene foton (want niet kan, omdat “een foton” geen geldig referentiekader is waarbinnen je snelheid, afstand en tijd kunt uitdrukken) dan nog is die “absolute” snelheid relatief t.o.v. dat ene foton. Voor een foton dat een andere richting op gaat hebben we een andere “absolute” snelheid – kortom ook die snelheid is niet absoluut, maar wederom relatief.
    En bovendien, als we fotonen zouden accepteren als geldige referentiepunten, dan hebben ook de fotonen onderling niet diezelfde absolute snelheid t.o.v. elkaar, dus ook in dat opzicht is die ene universele snelheid géénszins absoluut.

    Ik zou toch nog eens de vraag willen herhalen met betrekking tot het experiment dat u schetste: als u werkelijk denkt dat één waarnemer meer of minder kilometers maakt in absolute zin, dan moet er toch een bepaald fysiek verschil bestaan tussen de twee scenario’s. Dat wil zeggen het uwe, en het alternatief waarbij niet de reiziger maar de planeten voorbij komen vliegen. Ik ben benieuwd wat dat fysieke verschil volgens u is?

    Vooralsnog denk ik dat we mogen concluderen dat uw aanvankelijke bericht te kort door de bocht was: de uitspraak “tenslotte ga je bij 71%c al net zo snel als het licht” is eenvoudigweg niet waar, dit volgt op geen enkele manier uit de relativiteitstheorie. Er zit geen inconsistentie in Einstein’s model.

  13. Wat ik wil aantonen is dat er een verband bestaat tussen afgelegde weg, snelheid en tijdsverloop.
    Binnen de huidige regels van de natuurkunde stelt men wel dat een foton zich altijd met 300.000km/s van ons verwijdert, ongeachte de richting, maar mag je niet zeggen dat wij telkens een seconde ouder worden op het moment dat een foton zich met 300.000km verwijderd heeft. Dat maakt het dus erg lastig om aan te tonen dat er een foutje zit in de relativiteitstheorie. We mogen immers niet meer buiten de regels van de relativiteitstheorie denken. Ik denk dat het “voor” de tijd van Einstein geen enkel probleem was geweest als we zouden stellen dat wij t.o.v. fotonen met 300.000km/s bewegen ongeacht onze richting. Als ik dan meet dat een foton in 1s van A naar B gaat, dan zou ik ook kunnen zeggen dat B in 1s naar A gaat, probeer het foton dan te zien als de ruimtereiziger die de aarde voorbij ziet komen met die andere planeet in haar kielzog.

    Wat we wel zouden kunnen zeggen op dit is dat er voor iedere waarnemer een constante snelheid wordt gemeten, die ongeacht zijn relatieve snelheid t.o.v. een andere massa, voor iedereen gelijk is.
    Want of een waarnemer nu met 10% of 80% van de lichtsnelheid zou reizen, t.o.v. ons, hij zal zelf altijd exact dezelfde lichtsnelheid meten en deze zal ook gelijk zijn in elk denkbare richting.

    Misschien zou ik de lichtsnelheid de constante van de ruimtetijd kunnen noemen en zouden we kunnen zeggen dat er ook een snelheid bestaat die voor iedereen gelijk is. Ik probeerde dit te verduidelijken door dan bijvoorbeeld een deeltje met een constante snelheid rondjes te laten draaien in zowel het ruimteschip als op aarde.

    Naast de snelheid die de reiziger en de aarde t.o.v. elkaar hebben, hebben ze dan beide ook een snelheid die voor hen beide gelijk is. De aardbewoner gaat t.o.v. het deeltje in zijn systeem met 1m/s en de reiziger gaat in zijn systeem ook met 1m/s. Je zou dit dan het 2e referentiekader kunnen noemen waarbij ze in een radiale richting dezelfde snelheid behouden. Dit zou dan het alternatieve systeem zijn waar u het over heeft. De snelheid over de axiale richting, A-B ( aarde en planeet) staat dan los van dit referentiekader.

    Begrijpt u mij tot zover?

  14. JVS

    Het verband tussen snelheid, afstand (afgelegde) en tijd is evident: snelheid is -per definitie- de verhouding tussen afstand en tijd. En doordat afstand en tijd relatief zijn ten opzichte van een bepaalde waarnemer, is snelheid dat per definitie ook.

    Met de stelling dat iemand een seconde ouder wordt wanneer een foton zich ten opzichte van hem 300.000 km heeft verplaatst, lijkt mij niets mis zolang we het hebben over secondes en kilometers in het inertiaalstelsel van de betreffende waarnemer.

    Het punt is dat we het niet meer zomaar over secondes en meters kunnen hebben, maar dat wij bij het gebruik van die maten moeten aangeven ten opzichte van welk stelsel we die uitdrukken. Als u beweert dat wij 300.000 km/s bewegen ten opzichte van een foton, wat bedoelt u dan precies met kilometer en seconde? Hoe zou u daar een zinnige definitie aan willen geven ten opzichte van een foton? (conform de relativiteitstheorie kan dat dus niet, en is een foton derhalve ook geen valide inertiaalstelsel)

    U stelt dat er voor iedere waarnemer een constante snelheid wordt gemeten; bedoelt u dan een snelheid van iedere waarnemer? Of een snelheid van iets anders (in het bijzonder een foton), ten opzichte van iedere waarnemer? Het eerste is volgens Einstein niet mogelijk (en ik ben het met hem eens), het tweede is geen probleem.

    Over de snelheid die voor hen beiden gelijk zou zijn zegt u “de aardbewoner gaat t.o.v. het deeltje in zijn systeem met 1m/s en de reiziger gaat in zijn systeem ook met 1m/s”, maar dan zijn we natuurlijk geen snelheid meer aan het uitdrukken ten opzichte van dezelfde referentie (doch ieder t.o.v. zijn eigen deeltje, wat uiteraard niet absoluut is).

    Het alternatieve scenario waar ik op doelde was dat de ruimtereiziger “stil” hangt in de ruimte (even in het midden latend wat dat moge betekenen) en dat de aarde en planeet X hem voorbij komen vliegen, in plaats van dat de reiziger zelf van aarde naar X reist. Als u gelooft dat er tussen deze twee situaties een wezenlijk verschil bestaat, ben ik benieuwd wat dat is, of welke verschillende meetwaarden we in beide scenario’s zouden kunnen waarnemen om het onderscheid tussen deze situaties te maken.

    Even resumerend: bent u nu van mening dat er een fout zit in de relativiteitstheorie, dat wil zeggen dat die iets voorspelt wat in werkelijkheid anders is? Zo ja, wat precies? Of meer specifiek, wat voorspelt de relativiteitstheorie onjuist, en hoe zit het volgens u werkelijk?

  15. Ik vermoed dat de lichtsnelheid in feite geen snelheid is maar dat licht/fotonen slechts een spoor achterlaten in de ruimtetijd waar wij of andere massa’s geweest zijn. Ik zie dit als een soort van 3 dimensionaal spoor waarbij massa’s continu verder gaan in de tijd en ruimte terwijl fotonen hierin juist achter blijven.

    De uitdijing van het universum vindt plaatst vanuit onze eigen positie in de ruimtetijd, en iedere massa heeft zijn eigen unieke positie hierin.

    Indien we in eerste instantie zouden stellen dat verschillende waarnemers allemaal dezelfde snelheid van hun klok meten, dan zou je ook kunnen zeggen dat iedere waarnemer t.o.v. zijn eigen klok altijd dezelfde “afstand” aflegt en ook altijd exact dezelfde snelheid heeft.

    Indien we de klok als referentiekader zouden gebruiken om onze relatieve snelheidsverschillen te meten, dan gaat de persoon met de minste gemeten tijd op zijn klok in dit geval ook het traagst.

    In het geval van de tweeling paradox zou de jongere broer na het vergelijken van hun klokken mogen stellen dat hij de minste km heeft afgelegd. Als we de lichtsnelheid als bovengrens zouden beschouwen, ik zie dat echter als de ondergrens, dan zou je kunnen zeggen dat een waarnemer maximaal 300.000km/s zou kunnen gaan maar nooit sneller. Ik stel hierbij dat een massa nooit in absolute rust kan zijn waarbij er geen tijd en ruimte meer is.

    Neem bijvoorbeeld de tweeling paradox,

    De persoon ( A) die op zijn klok 1 jaar onderweg is geweest ontmoet zijn oudere broer ( B) bij terugkomst op aarde en ziet dat zijn broer 10 jaar ouder is geworden. Zijn broer meet ook dat hij zelf 10 jaar ouder is geworden maar ziet dat zijn broer slechts een jaar ouder is geworden.

    Persoon A kan nooit meer dan 1 lichtjaar hebben afgelegd. Persoon B kan maximaal 10 lichtjaar hebben afgelegd. De reiziger zou kunnen zeggen dat hij achterbleef terwijl de aarde zich van hem verwijderde. De aardbewoner zal natuurlijk beweren dat dat de broer op reis ging en dat hijzelf was achtergebleven op aarde. De beginsnelheid van de aarde is onbekend, een reiziger weet niet of dat hij juist sneller gaat dan de aarde of dat hij juist trager gaat. We kunnen de aarde niet als stilstaand beschouwen, want ook als je in het kielzog van de aarde achterblijft zul je t.o.v. de aarde moeten versnellen om achter te blijven..;)

    Zouden beide gesteld hebben dat hun eigen snelheid gemeten zou worden t.o.v. hun eigen klok dan kan de persoon met de minste tijd op zijn klok ook nooit meer km hebben afgelegd dan de persoon die meer tijd zou meten.

    Mijn vermoeden is dat tijdsverloop en afgelegde afstand door de ruimtetijd synchroon met elkaar verbonden zijn. De duur van een seconde is dan gelijk aan een afgelegde weg van 300.000km. En daarom meten we altijd dezelfde snelheid voor licht. De wijze waarop we de werkelijkheid nu zien zou hierdoor behoorlijk anders worden. Ook dat zou ik ook kunnen onderbouwen, maar dat vraagt wel om op een iets andere manier naar tijdsbeleving en ruimte te kijken. En misschien is dat wel het grootste probleem, want hoe kunnen we iets zien wat we ons nauwelijks kunnen voorstellen?

  16. JVS

    Ik heb het idee dat u onder de termen “ruimte”, “tijd”, en “ruimtetijd”, andere concepten verstaat dan gebruikelijk is in de natuurkunde. In de conventionele betekenis is ruimtetijd een constant, tijdloos geheel (de tijd zit daar al “bij ingesloten”). Het begrip omvat alle ruimte op alle momenten in de tijd, en is dus zelf niet aan tijd of verandering onderhevig.

    Daarom kan er per definitie nooit sprake zijn van iets dat beweegt “door de ruimtetijd” of iets (anders dan een eenmalige gebeurtenis of toestand op een specifiek moment) dat één bepaalde positie heeft in de ruimtetijd. Uitdijen, bewegen, afstand afleggen, ouder worden, et cetera zijn allemaal veranderingen die over een bepaalde tijdspanne plaatsvinden. Ruimte, en de zaken in die ruimte, zijn veranderlijk. Ruimtetijd niet.

    Om uw alternatief voor de relativiteitstheorie zonder ambiguïteiten uiteen te zetten zou u eigenlijk andere beter termen kunnen gebruiken (of markeren zoals ruimte* en tijd*) om verwarring met de bestaande concepten te voorkomen.

    Wat betreft de tweelingparadox: het verschil tussen beide broers zit hem in de (meetbare en objectief onderscheidbare) versnelling die de reizende broer heeft ondergaan. In tegenstelling tot plaats en eenparige beweging, is versnelling (in ruime zin des woords, dus ook vertraging) wél absoluut. Dit is ook het essentiële verschil tussen deze tweelingparadox, en de situatie met een reiziger die met contante snelheid van de aarde naar planeet X reist.

    U zegt dat de wijze waarop we de werkelijkheid zouden zien, in uw theorie anders is. Wat is concreet het verschil? Ik bedoel, kunt u een kwantitatieve uitspraak doen op basis van uw theorie? En belangrijk: hoe kan uw theorie gefalsificeerd worden? (een vereist kenmerk van ieder wetenschappelijk model)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: