De eenvoudige logica achter de Hubble constante die men niet ziet..

Alle sterrenstelsels verwijderen zich t.o.v. elkaar met een steeds grotere snelheid. Er zit echter wel een “maar’ bij deze versnelling want de snelheid t.o.v. de sterrenstelsels neemt voor allemaal met een gelijke versnelling toe in combinatie met afstand.  Deze versnelling drukt men uit in km/s/Mpc. Dat klinkt misschien een beetje ingewikkeld maar dat is het absoluut niet! Dit principe gaat namelijk ook op voor druppels water die naar beneden lekken vanaf ieder willekeurig dak en ik zal dat even toelichten.

Stel dat we een emmer water plaatsen op een bepaalde hoogte, laten we voor het gemak een gebouw nemen met een hoogte van nagenoeg een kilometer, da’s flink maar het maakt het allemaal iets eenvoudiger om je de Hubble constante voor te kunnen stellen. Vanuit die emmer water druppelt er na iedere seconde een druppel water naar beneden, deze druppel ondergaat dan een versnelling van zo’n 10m/s2.

Na nog een seconde valt er weer een druppel uit de emmer, ook deze ondergaat nu een versnelling van 10m/s2  en zodoende valt er gedurende enige tijd iedere seconde een druppel water naar beneden die allemaal een versnelling ondergaan van 10m/s2.

Het snelheidsverschil tussen de druppels onderling, die allemaal met een versnelling van 10m/s2 naar benden vallen, wordt echter wel steeds groter naar mate de tijd vordert. De druppels ondergaan allemaal dezelfde versnelling maar hun onderlinge afstand blijft toenemen zolang ze vallen en versnellen. Indien je deze druppels nu zou vergelijken met sterrenstelsels die allemaal steeds verder van elkaar verwijderd raken maar toch een gemeenschappelijke versnelling hebben die voor allen gelijk is per meter die ze afleggen tijdens het vallen dan krijg je een idee wat de Hubble constante is. Alle stelsels versnellen met exact dezelfde versnelling, maar omdat ze niet gelijktijdig ontstonden neemt hun onderlinge afstand steeds een beetje toe.

De waterdruppels versnellen allemaal met 10m/s2 maar hun onderlinge afstand neemt per seconde ook een beetje toe. Met een klein beetje voorstellingsvermogen kun je de Hubble constante dus gewoon terugvinden in onze directe omgeving. De druppels die van een dak naar beneden vallen doen precies hetzelfde als sterrenstelsels onderling.  Ze ondergaan allemaal dezelfde versnelling en raken steeds verder uit elkaar. Tja, de werkelijkheid is simpel, maar niet té eenvoudig..:)

Advertenties

31 Reacties op “De eenvoudige logica achter de Hubble constante die men niet ziet..

  1. Het snelheids verschil tussen twee druppels wordt onderling helemaal niet groter maar blijft juist gelijk.

    Immers als een drupel een snelheid v heeft als de druppel na hem dan wordt zijn snelheid t seconden later: v+gt

    De tweede druppel heeft na t seconden een snelheid van gt

    Het verschil in snelheid is dus (v+gt) – (gt) = v dit onafhankelijk van t en g

    Dud het snelheids verschil blijft konstant.

  2. Nee, want ze vertrekken niet op hetzelfde moment. Zodra de 2e druppel aan zijn val begint heeft de eerste al een bepaalde snelheid die in ieder geval hoger is dan de beginsnelheid ( 0) van de eerst druppel.

    Zodra de tweede druppel 1 seconde onderweg is, is de eerste druppel al 2 seconde onderweg en gaat daarom een stuk sneller. Ze lopen dan uit op elkaar met 10m/s2 terwijl ze beide versnellen met 10m/s2.

  3. En als je wilt dan kan ik dit heel eenvoudig bewijzen. Je zou ook 2 auto’s vlak na elkaar ( 1 seconde ofzo) kunnen laten optrekken met 1m/s2, ik voorspel je nu al dat de eerste steeds meer vooruit zal lopen op de auto die als 2e vertrekt.

  4. bubblez

    Hieruit blijkt helaas weer dat je weinig kaas hebt gegeten van basale natuurkunde.

    “Steeds meer vooruit lopen” ≠ “een steeds groter snelheidsverschil hebben”

    Als druppel A twee seconden eerder valt dan druppel B, is het snelheidsverschil altijd 20m/s. De afstand (of “plaatsverschil”) tussen A en B wordt steeds groter. Het snelheidsverschil blijft constant.

    Misschien eerst even terug naar de schoolbanken alvorens kritiek te leveren op de relativiteitstheorie? 🙂

  5. Als 2 auto’s vlak na elkaar vertrekken met een gelijke versnelling dan zal de eerste auto steeds verder vooruit lopen op de 2e auto.

    Vanuit de 2e auto gezien versnelt de eerste auto meer dan hijzelf. Maar ik wil het ook wel wetenschappelijk bewijzen hoor. Zo moeilijk is dat niet..

  6. bubblez

    Niemand ontkent dat de tweede auto steeds verder vooruit loopt op de eerste. Daar is iedereen het over eens dus dat is geen punt van discussie.

    In je blog zeg jij echter:

    “Het snelheidsverschil tussen de druppels onderling, die allemaal met een versnelling van 10m/s2 naar benden vallen, wordt echter wel steeds groter naar mate de tijd vordert.”

    Dat is gewoon NIET waar. Het snelheidsverschil wordt NIET steeds groter. Om een of andere reden lijk jij plaats of afstand te verwarren met snelheid of snelheidsverschil. Nogal wiedes dat je dan tot verkeerde conclusies komt.

    Nogmaals: “Steeds meer vooruit lopen” is iets totaal anders dan “een steeds groter snelheidsverschil hebben”.

    En domestianus heeft het al wetenschappelijk bewezen.

  7. Het snelheidsverschil tussen de eerste en 2 druppel blijft gelijk, maar de eerste druppel loopt uit op de 2e druppel.
    Zodra de 3e druppel valt is het snelheidsverschil tussen de 1e en 3e druppel wel een stuk groter dan het verschil tussen de eerste en tweede druppel.

    En in die zin neemt wordt het snelheidsverschil tussen de druppels onderling steeds groter. Maar goed, dat is mijn fout als dat niet helemaal duidelijk was. Maar nu is het toch wel duidelijk hoop ik?
    Zie je ook de overeenkomst hierin met de Hubble constante?

    • Die wordt niet groter tussen twee opvolgende druppels, mits ze natuurlijk met de zelfde tijdsintervallen worden losgelaten.

      Het verschil tussen de derde en eerste druppel is dan tweemaal zo groot als dat tussen de tweede en de derde en ook even groot als tussen de derde en de tweede maar alle verschillen blijven konstant en het snelheids verschil tussen de n-de druppel en de n+1-de drupel is dan ook onafhankelijk van n.

  8. bubblez

    Je situatie heeft niets te maken met de Hubble constante. Die heeft betrekking op het uitdijen van het universum. Jouw voorbeeld met die druppels is gewoon elementaire mechanica, en alle te bepalen waarden (de onderlinge afstanden en snelheden et cetera) kun je vallen van te voren al uitrekenen. Dit in tegenstelling tot de Hubble constante, die we in de praktijk moeten meten om te ontdekken hoe groot de uitdijing is.

  9. Het principe van de druppels is exact hetzelfde als de Hubble constante.
    En net als ieder sterrenstelsel wat als het ware nieuwe ruimte genereert, zo doet een druppel dat ook.
    Massa genereert tijd en ruimte.

    • Die vergelijking gaat niet op, immers er worden aan het druppel systeem steeds nieuwe druppels toegevoegd.
      Maar het aantal uit elkaar dijende sterrenstelsels blijft echter gelijk.

      De Hubleconstante is eigenlijk helemaal geen konstante maar een meetwaarde die waarschijnlijk met de tijd verandert

      • Indien je vanuit de oerknal zou denken dan zouden al die stelsels teruggerekend allemaal vanuit 1 punt uit elkaar kunnen zijn gevallen. Door het tijdsverloop zijn de afstanden intussen gigantisch geworden, maar er hoeven dan niet steeds meer stelsels bij te komen.

        Vooralsnog lijken de stelsels nog steeds verder uit te dijen t.o.v. elkaar, ik ga er dan ook vanuit dat alle massa in het universum nog steeds in een versnelling zit. Die versnelling zou zelfs voor onze zwaartekracht kunnen zorgen, maar goed. Daar heb ik dan ook mijn eigen idee over..

  10. bubblez

    Stel dat het heelal niet zou uitdijen. De hubble constante is dan 0. Toch meten we een constant snelheidsverschil (en een voortdurend groter wordende afstand) tussen twee opeenvolgende druppels.

    En “Massa genereert tijd en ruimte” is wel zo’n buitenissige uitspraak dat je eerst maar eens concreet jouw definities van “massa”, “tijd” en “ruimte” moet geven, want die zijn duidelijk anders dan de rest van de wereld.

  11. Dat mijn opvattingen hierover anders zijn dat mag duidelijk zijn..;) Op dit blog staan een aantal video’s en verklaringen betreffende mijn opvattingen betreffende ruimte, tijd en massa.

    Om te beginnen stel ik dat licht geen snelheid heeft maar dat het massa is die met 300.000km/s door het universum beweegt. Een massa kan nooit de absolute licht”snelheid” bereiken omdat massa zich nooit kan onttrekken aan tijd en ruimte. Een massa “versnellen” tot c zou je moeten zien als een massa afremmen tot c. Het kost oneindig veel energie om een massa tot absolute rust te vertragen.

  12. bubblez

    Je begint gelijk met allerlei termen die je niet hebt ge(her)definieerd. En als we uitgaan van de conventionele definities kloppen je uitspraken niet.

    Jij wil een soort alternatieve natuurkunde voorstellen. Prima, maar definieer dan eerst eens duidelijk wat je uberhaupt bedoelt met massa, ruimte, tijd, licht, kilometer, seconde, bewegen, en snelheid.

  13. Om te beginnen zijn tijd en ruimte exact dezelfde. Je zou dan terug moeten naar een soort van ether waarbij ieder punt in de ruimte een eigen tijdstip vertegenwoordigt. Of waarbij ieder tijdstip een eigen unieke plaatst in het universum heeft. Iedere massa bestaat in zijn eigen tijd en eigen plaats in de ruimtetijd.

  14. bubblez

    Tot zo ver niets nieuws onder de zon.

  15. Oke, is een massa dan op ieder “nieuw” tijdstip dan ook op een nieuwe plaatst in de ruimtetijd?

  16. Oke, maar is dat volgens jou ook zo?

    • bubblez

      Hier mijn visie van ruimtetijd in een notendop.

      Een massa bevindt zich op meerdere plaatsen in de ruimtetijd: voor alle momenten waarop de massa bestaat, op de specifieke plaats van dat moment.

      Versimpelde versie: stel je een animatiefilmpje voor. De “ruimte” is dan 2-dimensionaal. Het beeld verandert met de tijd (het is immers een filmpje en geen foto). Stel dat een cirkel van links naar rechts beweegt, in de eerste beelden uit de animatie staat de cirkel links, in latere beelden steeds verder naar rechts. Dus zo:
      Beelden achter elkaar afspelen = cirkel die van links naar rechts beweegt: http://i.imgur.com/7bNXx.png
      Eerste beeld (begin van het filmpje) = http://i.imgur.com/bxGEH.png
      Later beeld (verderop in het filmpje) = http://i.imgur.com/YlVGk.png

      De ruimtetijd van dit filmpje kun je zien als alle beeldjes tezamen, achter elkaar.

      Let op: het beeld of “de ruimte” is onderhevig aan tijd (dat is het verloop van het ene beeldje naar het volgende). De ruimtetijd als geheel niet. Dat hele ruimtetijd ding als geheel is een soort statische kubus bestaande uit alle beeldjes achter elkaar geplakt, dus zoiets: http://i.imgur.com/Ukebq.png
      Dit ding als geheel beweegt niet of verandert niet met de tijd.

      Als je nu kijkt hoe de bewegende cirkel uit het filmpje in de ruimtetijd ligt, krijg je een soort schuine cilinder: http://i.imgur.com/m0oNC.png (beetje lastig om te tekenen maar de bedoeling is duidelijk hoop ik)

      Er bestaat dus niet zoiets als “bewegen door de ruimtetijd”. Iets beweegt door de ruimte, dat wil zeggen dat hij op verschillende momenten in de tijd, een verschillende lokatie heeft in de ruimte.

      • Ik heb daar toch een iets andere gedacht over.

        Als we nu eens onderstellen dat de tijd discreet is en dat de afstand tussen twee tijdstippen de plancklengte is.

        Dan kan ik die hele fraaie plaatjes van u opvatten als een soort dia’s op de tijdas.

        Dan dienen zich een aantal mogelijkheden aan.

        1. De as staat vol met dia’s verplaatsen in de tijd is dan slechts gaan van dia naar dia.
        Dit maakt verleden-heden-toekomst tot een star geheel.

        2. Het is de dia die verspringt naar de volgende plaats (in de tijd) en daarbij zelf veranderd.
        Dit betekend dat het verleden daarmee niet meer bestaat en de toekomst nog geschapen moet worden.

        Het betekent niet dat er geen verleden meer is immers een paar plaatsen terug kan ook een andere dia springen van plaats naar plaats.

        3. De toestand is zoals in 2) maar de tijdas heeft geen fysieke betekenis en verdwijnt met het verspringen van de dia.

        Hoe het werkelijk is dat is de vraag, ik zelf voel het meeste voor 3)

  17. bubblez

    Verkijk je niet te veel op het discrete karakter van mijn plaatjes, dat was alleen om het nog enigszins te kunnen visualiseren. De essentie is dat een cirkel die met het verstrijken van de tijd zich van links naar rechts beweegt door de ruimte, in de ruimtetijd als geheel bestaat als een soort schuine cilinder vormt. Ongeacht of tijd discreet of continu is (als het discreet is zou het trouwens uit een heleboel losse schijfjes bestaan die een theoretische ciliner benaderen).

    Wat bedoel je met “dat het verleden daarmee niet meer bestaat en de toekomst nog geschapen moet worden” ? Als je het hebt over “niet meer” en “moet nog” gaat het per definitie over iets wat aan tijd onderhevig is, en wat dus een verleden en toekomst heeft. Hoe kan het verleden in die context “niet meer” bestaan of de toekomst “nog niet”?

    Let op: ik stel dat ruimtetijd als geheel, zelf niet onderhevig is aan tijd. Dus ruimtetijd heeft zelf geen nu, of toekomst of verleden. Ruimtetijd bestaat uit alle verschillende nu’s (verschillende momenten in de tijd) van de ruimte tezamen. Pas door je te identificeren met een bepaalde “nu” of het opeenvolgen van verschillende dia’s te interpreten als één veranderende dia, introduceer je een verleden en toekomst. Daar is op zich niks mis mee, maar het is een ander perspectief (van ruimte die aan tijd onderhevig is, versus ruimtetijd als statisch geheel).

    • bubblez

      (dit was bedoeld als reactie op de post van domestianus december 2, 2011 om 6:18 pm)

    • Het probleem is hoe men tijd wil zien dat kan op meer manieren.

      a. Je kunt een punt in het heden zien als een punt van lijn die door de tijd heen loopt.
      Dus op elk tijdstip is er een ander punt van die lijn.

      b. Je kunt een punt ook zien als iets wat als het ware schuift in de tijd en bij een volgend tijstip op een andere plaats kan zijn.

      a) vereist dat verleden, heden en toekomst bestaan maar wel ligt alles vast ook de toekomst.

      b) dan kunnen ze alle drie bestaan, maar als men in het verleden kijkt is dat punt er niet meer want dat is in het heden. Een andere mogelijkheid is dat er alleen het heden is, dat gewoon verandert en tijd slechts een maar is voor de snelheid waarmee die veranderingen plaats vinden.

      Of een en ander kontinue of discreet is maakt eigenlijk niet veel uit voor dit verhaal.

      Er zijn wiskundig nog wel meer varianten mogelijk, maar ja de een goed wiskundig model is nog niet zomaar ook een fysische realiteit.

  18. Als we tijd gewoon zouden leren zien als een constante beweging door de ruimte, dan moet het toch niet zo moeilijk zijn om de achterblijvende fotonen t.o.v. onszelf te zien als een spoor van energie wat achter blijft?

    Een 1 dimensionaal spoor kunnen we ons eenvoudig voorstellen. Dat zijn bijvoorbeeld de sporen die een persoon of een massa achter zich laat in de grond waar over bewogen wordt.

    Om licht op deze wijze ook als spoor te zien moeten we ons daar gewoon een nieuwe dimensie bij voorstellen. Maar ja, een 4 dimensionaal spoor moet je je dan ook wel willen of kunnen voorstellen.

    Iedere tijdstip is een nieuwe plaats in de ruimtetijd. En alles wat geweest is blijft achter in de vorm van een spoor van licht in de ruimtetijd van het verleden.

    • Als er wat wordt achtergelaten in het verleden dan kunnen we dat in het heden niet meer waarnemen.

      Dat karrenspoor wordt in in het verleden achtergelaten lijkt me, maar dat spoor reist gewoon mij in de tijd.

  19. Al het licht wat we zien zijn gebeurtenissen die al geweest zijn. Dus in ons eigen heden nemen we het verleden waar.

    Het spoor zelf is als het ware tijdsloos, net als licht, en kan op ieder moment worden waargenomen.
    Het moment waarop het spoor ontstond ligt echter wel in het verleden. En net als met het spoor of met het licht nemen we als het ware een gebeurtenis uit het verleden waar.

    Het spoor is in beide gevallen het restant van een gebeurtenis die ooit heeft plaatsgevonden en is eigenlijk tijdsloos. Het spoor kan namelijk op ieder tijdstip “op de eigen klok” worden waargenomen. Maar natuurlijk nooit voordat de gebeurtenis zelf heeft plaatsgevonden. 🙂

    Er zijn heel veel logische vergelijkingen te bedenken waarbij je licht als een spoor leert zien of herkennen.

  20. Als een spoor op elk moment kan worden waargenomen, dan moet het wel in het heden liggen.

    Immers we kunnen alleen het heden waarnemen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: