De werkelijke grens van het universum bevindt zich in het heden..

Je zou het niet zeggen, maar ons universum wordt steeds kleiner. Daar waar we vroeger nog wel eens over de open vlakte staarde of op ontdekkingsreis gingen om nieuwe werelden te ontdekken kijken we nu vaak niet verder dan het scherm van ons mobiele telefoontje. De nieuwe wereld van vandaag is Google, Bing of een andere zoekmachine. Filmde we ooit de omgeving en legde deze vast op de gevoelige plaat, vandaag filmen we onszelf en zetten we onszelf middels de selfiestick steevast in het midden. Het gaat erom waar jij bent, en niet om waar je bent. 

Zou ons ego uiteindelijk zo groot worden dat we onszelf uiteindelijk weer in het middelpunt van het universum zetten? Dat klinkt misschien erg “egocentrisch”, dat is het ook, maar vergelijk onszelf maar met stipjes op het oppervlak van een bal. Welk stipje op het oppervlak van een bal is exact in het midden van het oppervlak? Nee, ik bedoel dan niet het middelpunt in de bal maar puur het oppervlak aan de buitenzijde van de bal. 

Zo’n punt op het oppervlak is dan wellicht op zichzelf het middelpunt van het oppervlak van de bal, maar vervolgens kan de stip naast deze punt exact hetzelfde beweren. elk punte aan de buitenzijde van de bal is het centrum van het oppervlak en ligt ook altijd exact even ver van het centrum van de bal. Goed, de bal is dan exact rond.

De grens van ons universum zit verscholen in onszelf waar fictie en werkelijkheid elkaar raken. En dat klinkt vreemder dan dat het is. We hebben een wereld waarin we “nu” bestaan en een wereld waarin we straks bestaan. Straks kan zijn over een enkele seconde maar “straks” kan ook over een langere tijd zijn, bijvoorbeeld een maand of een jaar. En om de echte wereld van de fictieve te scheiden kun je zeggen dat “nu” echt is en dat de wereld en werkelijkheid van over een jaar slechts fictie is. We kunnen er nu over dromen maar in materiële zin bestaat de toekomst nog niet. We zijn daar pas als het zo laat is. En deze zin verteld u precies aar de grens van het universum gevonden kan worden. De grens van het universum is de tijd en wel “nu”. 

“Voor” en “na” het heden bestaan 2 fictieve werelden. De wereld van het verleden en de wereld van wat ons toekomt. Deze werelden bestaan slechts in gedachte en vertellen ons wat geweest zou zijn en wat wellicht gaat komen. En precies daar tussenin zit U, verscholen in het nu. 


Advertenties

Licht is slechts een spoor van alles wat geweest is..

Alles wat zichtbaar is is al geweest voordat u het kon zien. De werkelijkheid die wij zien zijn als voetstappen in het zand. We zien nooit de letterlijke actie, we zien slechts het spoor van de actie die al geweest is voordat we het zagen.of konden waarnemen.

Het is best grappig dat als je je heel bewust wordt van tijd dat je feitelijk altijd maar naar dingen uit het verleden zit te kijken. Wat wij zelf beschouwen als nu is slechts ons eigen moment in de tijd waarop we iets zien wat eigenlijk al was. “nu” is zo dichtbij ons dat we er eigenlijk overheen kijken. Als we het over het heden hebben dan is dat een soort van collectief heden. Het is voor iedereen is onze omgeving vandaag wellicht 19 Mei. Mocht u dit op een andere dag lezen dan zal ook deze dag op dat of dit moment voor vele mensen in uw omgeving ook gelden. De uitzondering die ik maak is voornamelijk bedoelt voor de verwarring die ontstaat als 2 mensen hetzelfde lezen op hetzelfde moment terwijl er de één in Nederland zit en de ander is Australië.

Als we straks het WK in Brazilië bekijken en Nederland scoort dan juichen de Nederlanders in Brazilië net even eerder dan dat wij dat hier in Nederland doen. Er is een tijdsverschil tussen het moment waarop er wordt gescoord en het moment waarop wij dat zien.

Als we dit voorbeeld nog verder doortrekken en daarbij een voorstelling maken van een mannetje op de Maan dan zal deze indien hij door een telescoop naar de wedstrijd zit te kijken pas 1,5 seconde nadat er gescoord wordt ook daadwerkelijk zien dat er gescoord is.De fotonen van de wedstrijd die hij ziet bereiken hem tenslotte pas na zo’n 1,5 seconde. Ik hoop maar dit dat nog een beetje te volgen  is want de werkelijkheid is nog vreemder dan dat u kunt vermoeden.

Stel nu een voor dat u vanuit Nederland de wedstrijd in Brazilië volgt en daarbij ook via een telescoop het mannetje op de Maan ziet. Op een gegeven moment scoort Nederland. U ziet dat hier pas na zo’n 1/10 seconde, ietsje later dus. Vervolgens kijkt u naar het mannetje op de Maan. Die ziet het doelpunt pas na 1.5 seconde vallen waarna het nog een 1.5 seconde duurt voordat u hem ziet juichen. Tussen het doelpunt wat valt in Brazilië en het juichende mannetje wat u ziet op de Maan zit dus 3 seconde verschil.

Denk hier maar eens aan als u uzelf in de spiegel ziet staan. U ziet uzelf altijd jonger dan dat u werkelijk bent. Indien u vanaf de aarde in  een spiegel zou kijken op de Maan dan ziet u al uw eigen bewegingen met 3 seconde vertraging. Het blijft lastig om over te brengen maar alles wat u ziet is letterlijk al geweest. Licht is slechts het spoor van ons verleden en vanuit uzelf creëert u de toekomst.

En zo dicht zit u dus op het exacte randje van het universum én de werkelijkheid..:)  

 

Waarom hebben natuurkundigen toch zo’n moeite met referentiekaders en definities?

Natuurkunde voor beginners..

Volgens de wetenschap is de lichtsnelheid zo’n 300.000km/s, ik rond dat een beetje af omdat de exacte waarde relatief is. Tenslotte is de meter ook maar een afspraak, en als deze op e.a. manier iets langer was geweest dan was de lichtsnelheid ook op een mooi rond getal uitgekomen. Ik zou de exacte afstand die een foton in 1 seconde zou afleggen in vacuüm.  299 792 458 m/s, overigens gewoon 1 Rudiaanse kilometer ( Rkm)  noemen.

De gemeten lichtsnelheid is dan exact 1 Rkm/s in vacuüm. Tot zover even dit.

Nu onstaat er wel een probleem met de formule E=mc². Want c staat dan nog steeds voor de lichtsnekheid, maar als we daar dan 1Rkm voor invullen dan wordt de formule als volgend:

E = m x (1²Rkm / 1²s) , oftewel E = m x 1.

Nu wat anders,

Als licht een snelheid heeft van 1 Rkm/s t.o.v. ons, dan kun je ook zeggen dat wij een snekheid hebben van 1Rkm/s t.o.v. licht. U weet wel, relativiteit. Als A een snelheid heeft t.o.v. B, dan heeft B exact dezelfde snelheid t.o.v. A.

Het blijft me verbazen hoeveel moeite men in de wetenschap heeft met het kiezen van andere referentiekaders en hoe weinig ze eigenlijk begrijpen van de door henzelf bedachte definities. Wie een beetje scherp is ziet gewoon heel eenvoudig dat Einstein heeft bewezen dat 1 x 1 = 1. Tja, wetenschappelijke blindheid noem je dat. Door de bomen het bos niet meer zien..

 

Light Does Not Travel by Walter Russell

PDF Print E-mail

Greetings … in the day of Love …

and is my pleasure to explain … to honor American Scientist Walter Russell who was an illuminated one … his concept about Light.

I will give that information ‘as is’ for your mind.

Professor Walter Russell (or PolyMath) reproduce in several books a great understanding not yet appreciated neither understood.

In my modest opinion we need to quantize these concepts … and standardize in ‘Modern Science’.

Please watch this picture …

Well, Polymath Russell say that ‘Light does not travel … It reproduce itself’.

This ‘seems’ very clear … but if the Light does not travel … then what is it speed?

‘The speed of Light’ depends of the frequency and length of these waves.

Enjoy the note.

Giovanni A. Orlando.

PS. Prof. Russell is the only person who join and explain (need some development) dimensions … including the dimension of Love … in a new frame.

Written by Walter Russell

The Secret of Light – Chapter XII

Light cannot be seen, it can only be known. Light is still. The sense of sight cannot respond to stillness. That which the eyes “feel” and believe to be Light is but wave motion simulating the idea of Light. Like all things else in this electric wave universe the idea of Light cannot be produced. Electric waves simulate idea only. They do not become idea. When man sees the light of the sun he believes that he is actually seeing light when the nerves of his eyes are but “feeling” the intense, rapid, short- wave vibrations of the kind of wave motion which he senses as incandescence. The intensely vibrant electric current mirrored into the senses of the eyes fairly burns them. They cannot stand that high rate of vibration. The eyes would be destroyed by such a vibration but light would not be the cause of that destruction. Fast motion, simulating light, would be the cause. It would be like sending a high voltage electric current over a wire, so fine that the current would burn it out.

Man likewise cannot see darkness. The nerves of his eyes, which sense motion, slow down to a rate of vibration that he can no longer “feel.”Man is so accustomed to the idea that he actually sees light in various intensities illuminating various substances to greater or lesser degree that it is difficult for him to realize that his own senses are but acting as mirrors to reflect various intensities of wave motion. But that is all that is happening.

Every electrically conditioned thing in Nature reflects the vibrations of every other thing, to fulfill its desire to synchronize its vibrations with every other thing. All matter is the motion of light. All motion is expressed in waves. All light waves are mirrors that reflect each other’s condition unto the farthermost star.

This is an electrically conditioned wave universe. All wave conditions are forever seeking oneness. For this reason all sensation responds to all other sensation.

Is Light A Wave Or Corpuscle?

Much controversy has arisen as to whether light is corpuscular, as Newton claimed it to be, or waves. There is much evidence in favor of both theories. It is both. Light is expressed by motion. All motion is wave motion. All waves are expressed by fields of equal and opposite pressures of two-way motion. The entire volume within wave fields is filled with the two opposite expressions of motion-the positive expression that compresses light into solids, and the negative expression that expands it into space surrounding solids.

All space within wave fields is curved. Curvature ends at planes of zero curvature that bound all wave fields. These boundary planes of omnipresent magnetic Light act as mirrors to reflect all curvature into all other wave fields in the universe, and as fulcrums from which motion in one wave field is universally repeated.

All Matter Is Wave Motion

Together these constitute what we call matter and space. It has been difficult to conceive light as being purely corpuscular, for light is presumed to fill all space. Space is not empty. It is full of wave motion. Corpuscles of matter are one half of wave cycles of light. Space is the other half.

There need be no mystery as to whether light is corpuscular or wave, for waves of motion which simulate the light and darkness of space is all there is.

The light and motion of solid matter, and of gaseous matter of space, differs only in volume and condition. Water of earth is compressed into small volume while water of the heavens is expanded thou sands of time in volume. Each condition is the opposite half of the cycle of water.

Water vapor is water turned inside out. It again becomes water by turning outside in. Expansion- contraction sequences result from this process.

All Matter Is Simulated Light

Water of the heavens still is water, and it still is light waves. No change whatsoever has taken place between the waters of earth and those of the heavens except a change of its condition from positive to negative preponderance. This change is due solely to a change of its direction in respect to its center of gravity.

All dense cold matter, such as iron, stone, wood, and all growing or decaying things, are light. We do not think of them as light but all are waves of motion, and all waves of motion are light.

Light is all there is in the spiritual universe of knowing, and simulation of that light in opposite extensions is all there is in the electric wave universe of sensing. The simulation of light in matter is not light. There is no light in matter.

Perhaps the confusion which attends this idea would be lessened if we classify everything concerning the spiritual universe, such as life, intelligence, truth, power, knowledge and balance as being the One Light of Knowing, and everything concerning matter and motion as being the two simulated lights of thinking.

Thinking expresses knowing in matter but matter does not think, nor does it know.

Thinking also expresses life, truth, idea, power and balance by recording the ideas of those qualities in the two lights of matter in motion, but matter does not live, nor is it truth, balance or idea, even though it simulates those spiritual qualities.

Man’s confusion concerning this differentiation lies in his, long assumption of the reality of matter. His assumption that his body is his Self, that his knowledge is in his brain, and that he lives and dies because his body integrates and disintegrates, has been so fundamental a part of his thinking that it is difficult for him to reverse his thinking to the fact that matter is but motion and has no reality beyond simulating reality.

The light which we think we see is but motion. We do not see light. We feel the wave vibrations set up by the motion that simulates light, but the motion of electric waves that simulate light is not that which it simulates.

Confusion Concerning Light Corpuscles

There is much confusion concerning the many kinds of particles of matter such as electrons, protons, photons, neutrons and others. These many particles are supposedly different because of the belief that some are negatively charged, some are positively charged and some are so equally charged that one supposedly neutralizes the other.

There is no such condition in nature as negative charge, nor are there negatively charged particles. Charge and discharge are opposite conditions, as filling and emptying, or compressing and expanding are opposite conditions.

Compressing bodies are charging into higher potential conditions. Conversely, expanding bodies are discharging into lower potential conditions. To describe an electron as a negatively charged body is equivalent to saying that it is an expanding-contracting body.

Contracting and expanding bodies move in opposite directions. Contracting bodies move radially inward toward mass centers, and expanding bodies move radially outward toward space that surrounds masses. In this two-way universe, light which is inwardly directed toward gravity charges mass and discharges space. When directed toward space it charges space and discharges mass. All direction of force in Nature is spiral.

The charging condition is positive. It multiplies speed of motion into density of substance. The principle of multiplication of motion because of decrease of volume is the cause of the acceleration of gravity. The discharging condition is negative. It divides speed of motion into tenuity of substance. The principle of the division of motion because of expansion of volume is the cause of the deceleration of radiation.

One can better comprehend this principle by knowing that what we call substance is purely motion. Motion simulates substance by its variation of pressures, its speed and its gyroscopic relation to its wave axis.

Particles are variously conditioned as to pressure but there are no different kinds of particles. All are light waves wound up into particles that are doubly charged. Their position at any one point in their wave causes them to have the electric condition appropriate for that point.

Light particles are forever moving in their octave waves. All are either heading toward their cathode or their anode, which means toward vacuity or gravity. They are all moving either inward or outward, spirally.

All Light Particles Are Alike

All light particles are either expressing the mother- light principle or the father-light principle. For example, if a particle is on the amplitude of the wave, it would be a true sphere, and as a true sphere it would be neither positive nor negative. It might then appropriately be called a neutron. A particle which is spirally heading inward toward the apex of a vortex in the process of becoming a sphere might appropriately be called a proton, because of its expressing the father-light principle.

Again, if it is moving spirally outward, it could appropriately be called an electron because it would then be discharging in excess of its charge or expanding in excess of its contraction.

Light rays, for example, leaving the sun, are discharging the sun. They are also discharging themselves because they are expanding into greater volume. They are also lowering their own potential by multiplying their volume. They reverse their charge when radially converging upon the earth. They are then charging the earth and themselves by contracting into smaller volume and are simultaneously multiplying their own potential by thus contracting.

Semi-cyclic Alteration

In an electric current there is a constant interchange between anode and cathode or positive and negative poles. A light particle expands as it leaves the cathode in an outward radial direction and contracts as it radially approaches the anode. This light particle has been the same light particle at all times in all parts of its journey. Its variation of charge and discharge, its direction of motion and the condition of wave pressure in which it finds itself at all times are the sole reasons for its changing from one condition to another. The light particles are all the same light particles, all being different only in pressure condition.

This is also true of the elements of matter. Whether they be iron, carbon, silicon, bismuth or radium, all are composed of the same kind of light particles.

They all seem to have different qualities and attributes, but those qualities and attributes are likewise given to them purely by the positions they occupy in their waves.

All Things Simulate Light

A particle of light which belongs to an atomic system of sodium has in it all of the entire range of the elements, besides all of every other creating thing in the universe. It acts to carry out the purposefulness of the idea of sodium simply because it is in the pressure condition of sodium, and is a part of the unfolding pattern of the seed of inert gas of the octave from which it has unfolded.

If that same particle unfolded from the seed of the oak, it would be part of the wood fiber of its trunk, or leaf, or of the chlorophyll which colored its leaves, but it would be the same kind of particle while fulfilling the purpose of cellulose as while fulfilling the purpose of sodium.

All matter in this universe is but differently conditioned motion simulating light, and all differences in condition are pressure differences.

Light Does Not Travel

The speed with which light presumably travels is 186,400 miles per second. The distance between stars is so great that the speed of light is computed as light years, for the distance computed by lesser units of time would yield figures so great that they would be meaningless.

Light only seems to travel. It is but one more of the countless illusions caused by wave motion. Waves of the ocean seem to traverse the ocean but they only appear to do so, for waves are pistons in the universal engines, and pistons operate up and down. Wave pistons of light, or of the ocean, operate radially and spirally inward and outward, toward and away from gravity.

Waves of light do not travel. They reproduce each other from wave field to wave field of space. The planes of zero curvature, which bound all wave fields, act as mirrors to reflect light from one field into another. This sets up an appearance of light as traveling, which is pure illusion.

The sunlight we feel upon our bodies is not actual light from the sun. What actually is happening is that the sun is reproducing its own condition on the earth by extending the reproductions out through cold space into ever enlarging wave fields until those reproductions begin to converge again toward our center of gravity into ever smaller wave fields. The heat we feel and the light we see is dependent entirely upon the ability of the wave fields to reproduce the light and heat, and that ability is conditioned upon the amount of moisture in the atmosphere.

If there were no moisture in the atmosphere, our bodies would carbonize from the heat thus reproduced. One cannot consistently think of that heat as direct rays of the sun, for that same sunlight was intensely cold during its reproduced journey through the immensely expanded wave fields of space between the sun and earth.

The light and heat that appear to come from the star or sun have never left the star or sun.

That which man sees as light and feels as heat is the reproduced counterpart of the light and heat that is its cause.

The rate of vibration in a wave field depends upon its volume. Vibration in a wave field means the pulse of interchange between its compressed core and the space surrounding that core. A slow vibration in a large wave field would cool one’s body, or even freeze it, while fast pulsing interchange in extremely small wave fields could burn one’s body.

A lens that multiplies light and heat toward a focal point which sets paper on fire merely compresses larger wave fields into smaller ones. The rate of vibration increases for the same reason that the planets nearest the sun move much faster in their small orbits than those that are far away from the sun. Kepler’s law covering the speeds of planets will apply to rates of vibration in wave fields as appropriately as with the movements in the solar system.

De relativiteitstheorie is zeer eenvoudig te verbeteren, maar niemand kijkt.

Je hoeft geen natuurkundige te zijn om tot het inzicht te komen dat Albertje E verkeerd zat te kijken. Ik denk zelfs dat deze grappenmaker verdomd goed wist dat er nog iets ontbrak in zijn theorie, en dat is ook gewoon een feit. Men is nog steeds op zoek naar een theorie die de wiskundige modellen die gebruikt worden in de kwantum mechanica kan koppelen aan de theorie van Einstein. Vergeet niet, Einstein had een theorie. En deze theorie is nog steeds geen absolute waarheid.

Wiskundig gezien lijkt de theorie van Einstein tot op grote hoogte de waarheid te spreken, op kwantum niveau blijkt God toch een dobbelaar.  U zou dit eenvoudig kunnen vergelijken met Einstein die exact weet waar de dobbelstenen zullen vallen, en dat is dan in de dobbelbak, maar op kwantum niveau kan Einstein niet vertellen op welke getallen de dobbelstenen zullen vallen. De getallen die zullen vallen voorspelt men wel op kwantum niveau, maar daar weet men dan weer niet waar de dobbelbak staat. Zo eenvoudig kan een ingewikkeld probleem vertaalt worden.
Het probleem waar de huidige natuurkunde mee worstelt is dat ze de relativiteitstheorie voor waar aannemen en dat men op zoek is naar een theorie, zoals de superstring theorie waar we nooit meer iets van vernemen, die moet passen binnen de kaders van de relativiteitstheorie. Niemand betwist de relativiteitstheorie ook al lijkt deze wiskundig gezien helemaal juist te zijn. De wetenschap worstelt dus met 2 puzzels die beide kloppen, maar helaas zijn de 2 puzzels van verschillende stukjes gemaakt die nooit op elkaar zullen passen.  De oplossing van deze 2 puzzels is simpel. De puzzelstukjes van de relativiteitstheorie liggen namelijk ondersteboven. Draai de stukjes om, en alle stukjes van de 2 puzzels vormen samen 1 grotere puzzel waarin ieder stukje perfect past.

De oplossing?
Het is niet het licht wat altijd maar met 300.000km/s gaat,  we zijn het zelf die altijd maar met 1s/300.000km verder in de ruimtetijd gaan. En dat laatste vraagt om een 4 dimensionale waarneming van de werkelijkheid waarbij tijd niet langer een wiskundige dimensie is, maar waarbij tijd gezien kan worden net als al die andere dimensies. Zo simpel, maar niemand kijkt.

Wetenschap: De kunst van veel weten maar niets begrijpen.

Een wetenschapper weet wat een klok is, en als hij doorgestudeerd heeft weet hij ook wat een kalender is.

Maar een wetenschapper begrijpt niet dat een kalender gewoon een klok is. Het is hilarisch, de grootste grap van God was de creatie van wetenschap.

U gaat verder daar waar “het licht” u verlaat..

Op mijn weblog is het niet zozeer de vraag ofdat ik wel of niet het ongelijk van de natuurkunde kan bewijzen aangaande de snelheid van licht. Waar het op mijn weblog om draait is slechts de vraag of u in staat bent om zich te verplaatsen in het idee wat ik heb van het universum, waarbij ik stel dat mijn eigen aanwezigheid in het hier en nu zich afspeelt op het uiterste puntje van een “ruimte-tijd” pijl. De spreekwoordelijke grens tussen gisteren en morgen is vandaag. En ik stel dus dat vandaag oftewel het heden de absolute grens is van het universum.

We zien alles wat is geweest, en we creëren zelf hetgene wat in de toekomst zichtbaar zal zijn.
U en ik gaan verder daar waar het licht slechts de beelden van het verleden met zich mee draagt.

Heel eenvoudig eigenlijk, en toch blijkt dit beeld nergens te bestaan in de wetenschap. Hoe komt dat toch?